Kasteel van Duras


  

Historiek

Voor dit kasteel er stond, hadden de heren van Duras op deze plaats al een waterburcht. Sinds wanneer weten we niet precies, maar uit de archieven weten we wel dat hier reeds een kasteel stond in 1102, maar van de graven van Duras was reeds een eeuw voordien sprake. De grachten rond deze burcht werden gevoed door de Molenbeek en de Cicindria. In de loop der tijden heeft deze burcht het hard te verduren gekregen want ze lag op een strategische plaats tussen het hertogdom Brabant en het graafschap Loon dat vanaf de 14de eeuw (1366) deel uitmaakte van het prinsbisdom Luik. Verschillende keren werd het kasteel dan ook belegerd, verwoest en telkens terug opgebouwd. Belangrijk voor de geschiedenis van Sint-Truiden is het feit dat de graven van Duras de ondervoogdij bekleedden over de stad Sint-Truiden. Als stad die van een abdij afhing had ze immers een wereldlijk beschermer nodig. Uiteraard deed die graaf dat niet belangeloos. Een deel van de stadsinkomsten werden aan hem afgedragen. In al die eeuwen is het kasteel nooit verkocht, maar steeds door erfenis in andere handen overgegaan. Sinds de dood van de laatste graaf de Liedekercke in 1998 en de gravin d’ Oultremont in 2003, wordt het nu gezamenlijk beheerd door twee zonen van de zus van de laatste gravin. De graaf en de gravin hadden namelijk geen kinderen.

Op het einde van de 18de eeuw, kort na 1785, liet de toenmalige eigenaar graaf van der Noot het kasteel afbreken omdat het niet meer beantwoordde aan de moderne eisen inzake comfort. Hij liet er een “maison de plaisance” van maken. Hij deed daarom een beroep op architect Henry uit Dinant. Deze Henry had zijn architectuuropleiding gekregen in Rome, maar werkte in Frankrijk. Voor de bouw van dit kasteel kwam hij speciaal uit Frankrijk over. Later heeft hij ook nog gewerkt aan de restauratie van het koninklijk paleis in Laken en de gelijkenis tussen die twee gebouwen is toch wel merkwaardig te noemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Het kasteel is opgetrokken in sobere Lodewijk-XVI-stijl . De voorgevel wordt gedomineerd door een portaal met zes Ionische zuilen, met daarboven een balkon en een ietwat terugspringende koepel. De vensteromlijstingen zijn in witte natuursteen, maar de muren in baksteen zijn bepleisterd. Die bepleistering is iets later aangebracht, in het begin van de 19de eeuw. Aan weerskanten van de erekoer werden omstreeks dezelfde tijd de twee galerijen gebouwd met vooraan Toscaanse zuilen. In deze galerijen bevonden zich o.a. paardenstallen, koetshuizen en een kapel. In 1814 kwam het kasteel door huwelijk in handen van graaf d’ Oultremont die in enkele salons stucwerk liet aanbrengen en die ook de Engelse tuin liet aanleggen. Links van het kasteel werd dan in 1875 nog een bijgebouw opgericht waar de grafelijke familie normaal woonde. Het kasteel werd dan enkel nog bij bijzondere gelegenheden gebruikt. In 1902 brak brand uit in het kasteel en bij de wederopbouw werden nogal wat veranderingen aangebracht. Zo verdween bijvoorbeeld de koepel. Dat gebeurde nogmaals in 1945 na de inslag van een Duitse V-bom. Gelukkig heeft graaf de Liedekercke bij een restauratie van 1960 tot ‘62 terug de oorspronkelijke toestand laten herstellen zodat we nu het kasteel zien zoals het er ook oorspronkelijk uit zag. 
De verschillende kamers van het kasteel zijn geschikt rond twee centrale ruimten: de cirkelvormige vestibule en het ovale ontvangssalon. Die rondingen merk je zowel vooraan als achteraan.
Het park in landschappelijke stijl en de indrukwekkende moestuin met oranjerie, allebei in verschillende fasen tot stand gekomen, liggen bij het kasteel. Zijn voorkomen, zijn ontstaan en zijn interessante evolutie maken van Duras een kasteeldomein van Europees niveau. In de landschappelijke tuinstijl stapt men af van de 'Franse' voorkeur voor geometrische tuinen en kiest men resoluut voor imitatie van het 'ideale'landschap. Natuurlijk glooiende grasvelden met alleenstaande bomen, bomengroepen en bomengordels, kronkelende beken, uitgestrekte vijvers met golvende oevers en pittoreske eilandjes ervaart men als een esthetische beleving. Het tuinpaviljoen op één van de eilandjes achter het huis, nu in nogal dichte begroeiing, is meer dan een fraaie blikvanger, het is bovendien ook een voorbeeld van hoe de kunst de natuur verfraait, de geloofsbelijdenis van de landschappelijke tuinstijl.

Omdat deze stijl in Engeland in de 18de eeuw is ontstaan, noemt men de vroeg 19de-eeuwse parken gewoonlijk 'Engels', maar zij ondergingen evenzeer invloeden uit onder meer Frankrijk en Duitsland: de talrijke uitheemse boomsoorten getuigen hiervan. De architectuur van het paviljoentje is dan weer Italiaans van oorsprong. Engelse filosofen als Locke ( 1632-1704) en Hume (1711-1776) hadden reeds aangetoond dat de natuur aan universele wetmatigheden beantwoordde. Dezelfde universele wetmatigheden lagen volgens de verlichte geesten van de 18de eeuw eveneens aan de basis van de Italiaanse renaissance architectuur. Deze proefondervindelijke stellingen stonden in contrast met de visie van de Franse filosoof Descartes (1596-1650), die de natuur herleidde tot wiskundige modellen en meetkundige lichamen als kegels,bollen,kubussen: de bekende snoeivormen in ' Franse' tuinen. In Duras ziet men die niet.

Ooit is een lid van de familie d’ Oultremont, Henriette, oorzaak geweest van een politieke storm in Nederland. Het gebeurde bijna 170 jaar geleden. Over België en Nederland regeerde sedert 1815 koning Willem I. Aan het hof van Willem en zijn echtgenote Wilhelmina verbleef sedert 1817 de jonge gravin Henriette d’ Oultremont de Wégimont,een zus van de bewoner van Duras, als gezelschapsdame van de koningin. De taak van deze hofdames bestond er o.a. in de koning en de koningin gezelschap te houden tijdens het dagelijks thee-uurtje. Toen de koningin in 1837 stierf wilde de koning dat de hofdames toch in dienst bleven. Het is immers bekend dat Willem nogal gesteld was op vrouwelijk schoon. Al vlug kreeg hij een meer dan gewone belangstelling voor Henriette d’ Oultremont die 20 jaar jonger was dan hijzelf. Twee jaar later deed hij haar zelfs een huwelijksaanzoek. Dit veroorzaakte in Nederland echter bijna een volksoproer. Pas in hetzelfde jaar 1839 had men immers moeten berusten in het definitieve verlies van België. En nu zou de koning gaan trouwen met een Belgische edeldame van vrij geringe adel, althans als men dat vergelijkt met de Oranjes, en daarbij was ze ook nog katholiek. Toen hij dat massale verzet zag, leek Willem gaan te twijfelen en hij vond het ook geraadzamer dat Henriette maar uit Nederland vertrok. Omdat haar ouders ondertussen overleden waren, kwam ze bij haar broer in Duras wonen. Vanaf dat ogenblik en dat gedurende bijna twee jaar zouden beide geliefden (toch niet zo jong meer want de koning was op dat ogenblik 67 jaar en Henriette 20 jaar jonger) mekaar hopen brieven schrijven, gemiddeld 2 à 3 per week. De koning zag echter in dat hij geen koning kon blijven als hij met de gravin zou trouwen. Maar hij had het zo erg te pakken dat hij troonsafstand deed ten voordele van zijn zoon. Samen met Henriette verhuisde hij naar Berlijn waar zijn dochter Marianne woonde, de enige van de familie die begrip had voor de trouwplannen van haar vader. In Berlijn zullen ze dan trouwen in 1841 maar veel plezier heeft Henriette niet meer aan haar Willem gehad want twee jaar later, in 1843, sterft hij aan een beroerte. Voor zijn dood had hij er wel voor gezorgd dat na zijn dood Henriette niets te kort zou komen. Zo had hij haar grote landerijen nagelaten en een kasteeltje in de buurt van Aken waar ze zich ging vestigen en waar ze 21 jaar na Willem ook gestorven is.

Van deze hele geschiedenis was tot voor een 30-tal jaren nauwelijks wat bekend bij het grote publiek tot het toeval een handje toestak. De parochiekerk van Wilderen, waar Duras deel van uitmaakte, wilde zich graag een brandkast aanschaffen om waardevolle voorwerpen in op te bergen. Ze gingen daarom aankloppen bij de graaf of die niet wilde sponsoren. De graaf bood dan een brandkast aan die op de zolder stond en toch niet gebruikt werd. Enige probleem was dat de sleutel zoekgeraakt was, maar daar zou een slotenmaker wel een oplossing voor vinden. Toen de brandkast langs de trap naar beneden gebracht werd, viel ze op haar kant en sprong open. Op de leggers lagen verscheidene pakjes brieven met lintjes mooi samengebonden. Het bleken de brieven te zijn die Willem aan Henriette geschreven had, 115 in totaal. Toen de voormalige gouverneur van de provincie Limburg, Louis Roppe, enkele weken later op bezoek was op het kasteel van Duras kwam dit voorval ter sprake. De gouverneur kreeg de brieven ter inzage en is in het Nederlandse rijksarchief de brieven gaan opzoeken die Henriette aan Willem geschreven had. Hij heeft die dan ook gevonden, 102 stuks. Met behulp van deze brieven en nog een aantal andere archiefstukken heeft de gouverneur over heel die geschiedenis een bijzonder interessant boek geschreven: “Een omstreden huwelijk”.